Spieren ‘vergeten’ dat ze ooit getraind hebben

26-09-2016

Een getrainde spier die lang niks doet is na nieuwe training niet eerder sterk of sterker dan een spier die nooit getraind heeft. Spieren hebben geen geheugen. Dat komt uit een vreemd Zweeds experiment.

 

Daarin trainden 23 vrijwilligers eerst drie maanden lang één been. Na negen maanden hernamen zij hun normale, sportloze bestaan. Daarna trainden 12 van die 23 nog eens drie maanden lang beide benen. Het ging om duurtrainingen, vier keer per week drie kwartier. Ze waren nogal saai: de proefpersonen bogen en strekten hun been.

 

Spieren veranderen flink door training. Er komen meer spiersamentrekkende eiwitten. En er ontstaan extra mitochondrieën. Dat zijn de energiefabriekjes van iedere cel. Ze zetten suiker en vet om in de energierijke verbinding ATP, wat de interne universele ‘brandstof’ is voor alle lichaamscellen. Bij training wordt niet alleen de spier krachtiger, maar bij regelmatig duurtrainen daalt ook de kans op hartziekten, overgewicht en diabetes type 2. Die drie ziekten noemen de auteurs van een donderdag verschenen artikel in PLOS Genetics. Ze hadden eraan kunnen toevoegen dat duurtraining ook tegen dementie beschermt. Een spier die in training is legt ook meer kleine bloedvaatjes aan die voedingsstoffen en zuurstof naar de spiercellen vervoeren. En het hart wordt sterker.

 

Spier vervalt

Stopt de training, dan vervalt de spier. Snel. In twee weken tijd is soms wel de helft van spierkracht en -volume verdwenen. Iedereen die een tijd gedwongen bedlegerig was, of met een been in het gips heeft gezeten heeft het zien gebeuren.

 

De onderzoekers van het Karolinska-instituut in Stockholm wilden weten of een spier die al eens getraind is sneller reageert als hij na een periode van verval opnieuw sterk wordt.De conclusie is dat een spier zich niet ‘herinnert’ of hij negen maanden eerder dikker en sterker was. De Zweden hebben dat in groot detail bestudeerd. Ze namen voor en na de drie maanden durende trainingsperioden stukjes spierweefsel weg bij de proefpersonen. Uit die spierbiopten isoleerden ze enzymen die maatgevend zijn voor het aantal mitochondrieën en voor de toename van de vetstofwisseling bij duurtraining.

 

Veel geavanceerder is dat ze ook RNA uit het weefsel isoleerden. RNA ontstaat als genen worden geactiveerd om eiwitten te produceren. Op het DNA van een geactiveerd gen wordt een kopie van RNA gemaakt. Dat boodschapper-RNA is de matrijs voor de eiwitsynthese. De hoeveelheid RNA in een weefsel is dus een maat voor de stofwisselingsactiviteit. En door de erfelijke code van het geïsoleerde RNA vast te stellen achterhaalden de onderzoekers wélke genen er actief waren, zowel in getrainde als in ongetrainde benen.Het eenbenige trainingsschema in ons onderzoek, schrijven de Zweden, heeft als voordeel dat beide benen genetisch identiek zijn, dus alleen het trainingsregime bepaalt het verschil in enzym- en genactiviteit.

 

Na analyse van duizenden veranderingen bleek er dus geen spiergeheugen te zijn. Maar training verandert wel de genexpressie van ruim drieduizend genen.

 

En, verrassend, er zijn veel genen die in een getrainde spier een iets ander eiwit produceren dan in een ongetrainde spier. Er zijn ook genen actief die nooit met trainen in verband zijn gebracht. Daarmee ligt nieuw onderzoek naar de gezondheidseffecten van training open (bron: www.nrc.nl)